
Met ‘Bubble’ wil Thomas Devens een dansvoorstelling maken waarin de logica, die ontstaat of zich nestelt, bruusk wegvalt. Er is geen context meer. Er ontstaat een vacuüm tussen wat was en wat zal komen. Een niemandsland als overgang. Het willen vasthouden aan vroegere referenties is de eerste reflex. Instinctief en gaandeweg wordt de essentie gefilterd van wat overbodig is. Wat overblijft, is de noodzakelijkheid van de beweging.
In deze choreografie krijgen drie dansers en het publiek een plaats in dezelfde geluidsomgeving. Voor zowel de dansers als het publiek is het een continu zoeken naar nieuwe verbanden. ‘Bubble’ wordt een voorstelling waarin de verstilling inslaat als een bom. Plots en krachtig. Een lijf valt stil, zweetdruppels vliegen door de lucht. De luchtdeeltjes zigzaggen en kronkelen verder, botsen, stuiteren...