ODIL is het geesteskind van de Zwitserse jazzpianist en -componist Camille-Alban Spreng. Vanuit Brussel verzamelde hij een internationale band van topmuzikanten rond zich, met als zwaartepunt de Belgische zangeres Nina Kortekaas (cfr. Noa Lee en Eefje de Visser). Een Ier (saxofonist Sam Comerford) en drie Fransen (saxofonist Tom Bourgeois, toetsenist Geoffrey Fiorese en drummer Paul Berne) maken het gezelschap compleet.
In het najaar brengen ze bij W.E.R.F. Records hun derde album, Unheimlich, uit. Zowel muzikaal als tekstueel wordt dit iets unieks. Zo verkreeg Spreng voor een aantal nummers de exclusieve toestemming om gedichten van de Amerikaan Allen Ginsberg, een van de leidende figuren van de Beat Generation, op muziek te zetten.
De muziek schreef hij met een vreemd beeld als inspiratiebron: “De zwarte kat in de hal van een griezelig hotel in The Matrix, vreemd maar op een vertrouwde manier.” Dit hoor je heel duidelijk in de muziek: vaak heel toegankelijk en vertrouwd, maar dan plots ook weer niet. Nu eens een warme streling voor het oor, maar dan plots een koude rilling over je rug.
De muziek van ODIL heeft een narratief karakter en qua vorm zijn de composities niet alledaags. Impro en elektronica spelen een rol en de muziek kenmerkt zich onmiskenbaar door een hedendaagse jazzesthetiek, maar in de kern zijn de composities ook popsongs, een uniek gegeven. Unheimlich is een jazzalbum dat zich net zo goed laat beluisteren als een poprockalbum.